Utrecht - Oslo Pt. 2

In de havenplaats Køge houd ik mijn laatste koffiestop voor ik in een rechte lijn naar de hoofdstad van Denemarken peddel. Als ik ga zitten op het pleintje en mijn koffie bestel, breekt zowaar het wolkendek open en laat de zon zich zien. Als ik even later mijn bidons in de fontein bijvul en me gereed maak om te vertrekken kijk ik omhoog. Mijn ogen knijp ik toe, want voor het eerst schijnt de zon fel en is het wolkendek totaal verdwenen. De volledige afstand van Køge tot Kopenhagen begeef ik me langs de Deense Oostzeekust. De wind staat goed, waardoor mijn teller af en toe de dertig overstijgt. Wanneer ik mijn hoofd naar rechts draai zie ik tussen de strandhuisjes en dennenbomen door het stand en het helblauwe water van de Oostzee, dit geeft me weer een heel klein beetje levensvreugde. Echter ben ik in mijn hoofd nog steeds bezig met het boeken van een terugvlucht vanaf Kopenhagen.

Ik herinner me nog toen ik ietwat geërgerd een aantal jaar geleden het bericht las dat Kopenhagen werd uitgeroepen tot de beste fietsstad ter wereld. De gezonde chauvinist in mij wist zeker dat er wel een plek in Nederland te vinden was waar dit beter kon. Wanneer ik de voorsteden van de Deense hoofdstad eenmaal gepasseerd ben en me richting CBD begeef, neem ik mijn gedachtes van destijds terug. De fietspaden hier zijn zelfs in het drukke centrum even breed als de autobanen en er zijn een bak minder toeristen die zich als bewegende pionnen de weg op werpen. Wanneer ik mijn vrienden spot aan de rand van het water, zet ik mijn fiets weg en spring ik met kledij en al in het zoute water van de København. Als ik even later op de vlonder ga zitten en met de zon op mijn gelaat een biertje opentrek geniet ik voor het eerst echt en ik denk bij mezelf, ik ben toe aan een dagje rust.

Bikepacking Denemarken
Køge

Anderhalve dag later zijn mijn reserves weer aangevuld. Mijn Deens/Zweeds/Hongaars/Nederlandse vrienden die ik ontmoet in mijn tijd in Sydney hebben mij hun energie gegeven, hebben me de stad laten zien en hebben me ervan weten te overtuigen dat ik geen ticket moet boeken naar huis vanaf hier. Kopenhagen is echt een heel mooie stad waar het lijkt of ze de grauwe jaren zestig en zeventig architectuur hebben overgeslagen en de klassieke bouwstijl van een paar honderd jaar geleden hebben gemoderniseerd waardoor geen gebouw misplaatst lijkt. Ik weet verder niks van gebouwen, maar dit viel me op.

 

Vandaag steek ik bij Helsingør de grens met Zweden over. Tijdens mijn korte verblijf in de Deense hoofdstad raak ik aan de praat met een vriendin van vrienden. Zij blijkt in Båstad te wonen, een kustplaatsje precies op de route van mijn reis. Ik schuif er tijdens het diner aan en er zijn ook vrienden van de familie aangesloten. Ik krijg een biertje aangeboden en snus onder mijn lip geduwd, een typisch Scandinavische vorm van het consumeren van tabak. Ik voel me volledig ondergedompeld in de Zweedse cultuur. Opnieuw zit ik zomaar bij mensen aan tafel die even daarvoor nog complete vreemden voor me waren, ik voel me er welkom en de reis lacht me toe. Dit zijn de momenten die ik koester en die ik niet snel vergeet.

Bikepacking Zweden
Zweedse vasteland in zicht

Er was me aangeboden hier de nacht te spenderen, maar helaas heb ik een Airbnb geboekt zo’n veertig kilometer verderop. Terugkijkend had ik die paar tientjes in een oogwenk omgeruild om onder de Zweedse schemering verhalen aan te horen en te vertellen. Licht in mijn hoofd van de, voor mij vreemde, combinatie van tabak en bier moet ik weer verder. In het zadel zie ik alsnog de zon in de zee zakken.

Ik rijd de volgende dag naar de studentenstad Göteborg. De dag is helaas opnieuw grijs en hoewel de route me langs de kust voert, zie ik er weinig van. De weg ligt vaak een paar kilometer van het strand af. Ik zie ergens in de verte het strand en de zee, maar veel krijg ik er niet van mee. Voor ik bij mijn Airbnb kom in een verpauperde buitenwijk van de stad, blijk ik de eerste klim van mijn reis te moeten bedwingen. Even daarvoor is het gaan regenen. M’n moraal is laag. Er blijkt niemand thuis te zijn wanneer ik aanbel, maar de deur is open, vreemd. Ik zet mijn fiets in de gang en ga op bed liggen. Het is bijna negen uur en ik moet nog eten. Graag had ik deze stad van dichtbij willen bekijken, maar ik ben bekaf en morgen dokker ik bijna tweehonderd kilometer door het Zweedse landschap. Note to self: Neem de tijd om mooie plekken te bekijken.

Zoals ik eerder zei, wanneer ik lekker ga, kom ik op zo’n reis uit mijn eigen hoofd en focus ik me op mijn omgeving. Dan schiet ik daar met veel genoegdoening een plaatje van. Van Båstad tot Göteborg heb ik mijn telefoon zelden aangeraakt en ben ik slechts bezig de komende uren, minuten door te komen. Leuk hè, zo’n ‘vakantie’. Vanaf Göteborg komt daar gelukkig verandering in!

Het heeft vannacht geregend en het wegdek is nat. De zon staat echter voor het eerst sinds een paar dagen fel aan de hemel en de regen verdampt binnen no-time. Deze etappe voert me langs de steeds ruiger wordende Zweedse Westkust. Ik hoef nu ook voor het eerst sinds lange tijd niet langs de hoofdwegen te rijden en ik besluit één van de vele eilanden te bezoeken. Het is het eiland Orust en ze heeft werkelijk alles in zich van een Scandinavische zomer. Helblauwe zee, rode houthakkershutjes, naaldbomen zover het oog reikt en overal worden aardbeien gekweekt. Het voelt vreedzaam en de mensen die ik spreek zijn vriendelijk.

p de pont naar het eiland gebeurt er iets opmerkelijks. Wanneer mijn oordopjes niet in mijn oren gepland heb, zijn ze rond mijn helm gevouwen. Op die manier kan ik ze niet kwijtraken… Althans, dat dacht ik. Wanneer ik de boot betreed ben ik afgeleid door de prachtige en vredige omgeving. Als we een paar minuten later aan de overkant zijn, grijp ik naar mijn rechteroortje om de podcast weer te hervatten, maar ik grijp mis. Ik voel mijn hartslag tekeer gaan. Kutzooi, ik kijk onder me en in mijn tassen, ook daar zijn ze niet. De pont is al bijna aangemeerd en ik krijg het warm en koud tegelijk. Ik ben de draad kwijt, weet niet meer wanneer ik ze voor het laatst in heb gehad. Hoe lang zijn ze al weg? Ik hoor de motoren van de auto’s om me heen plots starten. Ik krijg het nog benauwder. In een wanhoopspoging ren ik als een pinguïn naar het achterdek. Die kutschoenen ook. Als ik de hoop al heb opgegeven zie ik helemaal aan het einde van het dek een verfrommeld zwart hoopje draadjes. op geen vijf centimeter van de rechtervoorband van een grijze auto. Ook deze start zijn motor. Klik-klak-klik-klak, ik ren dit keer euforisch naar het voordek en voel me een blije pinguïn. Als ik in het zadel spring opent de slagboom en ben ik even de gelukkigste jongen van Orust.

Ik rijd de hele dag tegen de wind in en mijn gemiddelde ligt aan het einde van de dag ligt niet lager dan een gemiddeld avondje eten bezorgen, met alle verkeerslichten en drukke verkeer van de stad van dien. Vandaag passeer ik de grens met Noorwegen en slaap ik in het havenstadje Halden. Ondanks alle tegenwind geniet ik echt van vandaag.

De route is mooi en ik zie prachtige vogels. De kraanvogel heeft me vorig jaar al tot tranen geroerd en opnieuw zie ik dit gracieuze dier die voor mij symbool is komen te staan voor deze lange reizen. Tijdens deze avonturen vertonen we tot op zekere hoogte veel gelijkenissen: ‘De Europese kraanvogel is in de Benelux vooral een trekvogel op doortocht van en naar zijn zomergebied. Kraanvogels zijn alleseters. Wanneer ze in hun broedgebied of in hun winterverblijf zijn, eten ze voornamelijk dierlijk voedsel zoals grote insecten, wormen en amfibieën. Wanneer ze op doortrek landen in akkerbouwgebieden eten ze maïskorrels, granen en aardappelen die op de velden zijn blijven liggen en soms eikels.’ – Wikipedia

Kraanvogels

Als ik op bestemming aankom is mijn nek er volledig af. Halden is een mooi stadje en tot op heden zijn de foto’s die ik er maakte mijn achtergrondafbeeldingen op mijn telefoon. Het is na negenen als ik eindelijk mijn Airbnb uitstap en iets van het stadje kan zien. Ik moet enkele keren slikken als ik de prijzen op de menu’s van de restaurants bekijk. Ik besluit te zondigen en stap de Burger King binnen. Daar bestel ik zoveel als ik denk naar binnen te kunnen werken. De schatting was juist.

Als ik alles naar binnen heb gewerkt, valt me pas op dat bij de ingang een ietwat verwilderde jongen zit in fietskledij. Ik stap op hem af en vraag waar hij vandaan komt en waar hij heen gaat. Tom blijkt in het Britse leger te zitten en gestationeerd in Hamburg. Zijn doel is dezelfde als de mijne: Oslo. Op een plek als de Burger King is een lotgenoot tegenkomen toch wel het minste wat je verwacht. Hij heeft een tent bij zich en ik vraag hem of hij niet even wil douchen in mijn Airbnb. Als een ware Angelsaks bedankt hij meermaals. We wisselen telefoonnummers uit en spreken af in Oslo.

De volgende dag vliegt voorbij, misschien ook wel omdat ik slechts 120 kilometer voor de wielen heb. Er is één moment blijven hangen van die dag wat opnieuw mijn note to self dik doet drukken. Geniet van de plekken waar je bent. Ik heb de gang er eindelijk inzitten en ben nog niet zo heel lang onderweg vandaag als ik over een rivier heen rijd.

Links van me zie ik een prachtig stukje Noorse architectuur in de vorm van een houten brug met het bulderende blauwe water eronder. In een split-second maak ik de beslissing door te rijden en niet stil te staan bij deze mooie combinatie van menselijke en natuurlijke schoonheid. Hoe verder ik weg ben van deze plek, hoe meer het me aan het denken zet. Wanneer ik Tom diezelfde middag spreek, verteld hij over deze plek en baal ik er nog meer van. Tot op de dag van vandaag staat deze plek symbool voor de juiste of onjuiste beslissingen die ik maak tijdens mijn trips.

De voorsteden van Oslo zijn echt fantastisch en alles in deze stad ademt welvaart. Het hele land overigens. Gigantische huizen zijn tegen de kliffen aangebouwd en dit tafereel herhaalt zich voor kilometers. De laatste twintig kilometer zijn naar beneden en als ik voor het eerst een glimp opvang van downtown Oslo moet ik gelijk denken aan Sydney. Het weer is er zelfs naar. Gigantische flatgebouwen, een evengrote haven met overal eilandjes en heuvelachtig landschap.

Als ik op de kade in de haven sta ben ik blij dat ik er ben en dat ik morgen weer naar huis ga. Ik heb mijn extra dag sightseeing in Oslo opgesoupeerd om mezelf iets meer rust te gunnen en minder extreme dagen te draaien op de fiets. Als ik de prijzen van het leven hier zie, ben ik blij toe. Ik begroet Tom even later met een knuffel en we drinken die avond een biertje in het hostel.

Bikepacking Noorwegen
Ergens in het wild

Into the wild

Alexander Supertramp reist in Into the wild van Atlanta naar Alaska, the last frontier. In dit waargebeurde verhaal komt Alex er gaandeweg achter dat de mooiste momenten die hij beleeft tijdens zijn reis, in gezelschap is. De tragische dood van de hoofdrolspeler door het per ongeluk eten van een giftige paddenstoel wordt voorafgegaan met de laatste tekst die hij ooit zal schrijven: Happiness only real when shared. Nu is mijn reis gelukkig niet zo catastrofaal geëindigd als Supertramp, maar zijn laatste wijsheid is een wijsheid die ook ik uit Oslo heb meegenomen. Ik hou ervan om alleen te zijn, maar mijn mooiste herinneringen tijdens deze reis en misschien wel mijn leven zijn de momenten die ik heb kunnen delen.

Laat een reactie achter

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *